
SEAT heeft belangrijke noviteiten in het gamma van de Exeo en Exeo ST doorgevoerd. Drie nieuwe TSI-motoren – tweemaal een 1.8-liter (met 88 kW/120 pk en 118 kW/160 pk) en een 2.0-liter met 155 kW/210 pk – beschikken over de nieuwste technologieën, waaronder turbocharging en directe benzine-inspuiting. Met de introductie van deze benzinemotoren krijgt niet alleen het sportieve karakter van de Exeo een belangrijke 'boost' dankzij het grotere vermogen, ook SEAT's eco-inspanningen worden er nog verder door vergroot. De krachtbronnen verbruiken namelijk minder brandstof en produceren minder CO2 dan hun voorgangers.




Fiat deed al vroeg pogingen om buiten Italië auto's te bouwen. Zo liet men in de jaren twintig modellen in licentie bouwen in bijvoorbeeld Polen en Rusland. In Spanje werd Sociedad Espanola de Automoviles de Turismo opgericht en vanaf 1953 werden er diverse Fiat-modellen gebouwd. Inmiddels is Seat echter in handen van Volkswagen. Seat mocht op bescheiden schaal ook 'eigen' modellen ontwikkelen, maar die produkten, de 1430 Sedan bijvoorbeeld, waren volledig opgebouwd uit bestaande Fiat-componenten. In het begin van de jaren tachtig besloot Fiat haar aandeel in de Spaanse Seat-fabrieken af te stoten en stond het merk plotseling op eigen benen. Tegen de zin van Fiat ging Seat daarop zelfstandig auto's exporteren en in korte tijd werd een netwerk van importeurs in Europa opgezet. 









